Skip to main content

Ford RS200

1986

🇳🇱

Ford’s terugtrekking na het rallyseizoen van ’79 leidde tot de ontwikkeling van een Groep B auto, de RS1700T. Problemen dwongen Ford in ’83 het project te staken. Ondanks dit falen besloot het team onder Stuart Turner een nieuwe auto te ontwikkelen, de RS200. Een pure rallyracer. Dankzij het een unieke ontwerp, centraal geplaatste motor en vierwielaandrijving zou dit dĂ© uitdager voor Audi en Peugeot worden. Ondanks de optimale gewichtsbalans en 450 pk was de kracht-gewichtsverhouding onvoldoende. Het lage toerental van de motor maakte de auto moeilijk te besturen en minder competitief dan gehoopt.

 

In 1985 debuteerde de RS200 competitief, met Stig Blomqvist en Kalle Grundel tijdens de Rally van Zweden ’86. Grundel behaalde een verdienstelijke derde plaats. Achteraf het beste resultaat voor een RS200. Een tragisch ongeval tijdens de volgende ronde in Portugal, waarbij toeschouwers omkwamen, betekende een keerpunt voor Groep B Ă©n de RS200. De FIA verbood de klasse vanaf ’87 na dit incident. De RS200 zou slechts vier keer starten.

 

Een evolutie, de RS200 E2, werd voor ’87 geproduceerd met een motor die mogelijk 550-800 pk had en een ongelooflijke acceleratie van 0 naar 100 km/u in ruim 2 seconden. Verbeterde remmen en ophanging werden geĂŻntroduceerd. Na de Groep B ban werden de meeste RS200 E2 modellen niet gebruikt. Enkele eindigen in Europese en Britse Rallycross kampioenschappen van ’87 tot ’92. Niet onverdienstelijk: in 1991 won Martin Schanche het Europees Rallycross kampioenschap in deze auto.

 

Zoals het Group B regelement voorschreef zou Ford exact 200 exemplaren moeten bouwen. Uit verkooppapieren blijkt dat er waarschijnlijk 148 gebouwd zijn. Dit is inclusief prototypes en 24 evolution modellen. Geschat wordt dat er nog zo’n 140 RS200’s over zijn. In 2021 werd er nog een E2 voor meer dan een half miljoen Dollar verkocht!

🇬🇧🇺🇸

Ford’s withdrawal after the ’79 rally season led to the development of a Group B car, the RS1700T. Problems forced Ford to abandon the project in ’83. Despite this failure, the team under Stuart Turner decided to develop a new car, the RS200. A pure rally racer. Thanks to its unique design, centrally mounted engine and all-wheel drive, it would become the challenger to Audi and Peugeot. Despite the optimal weight balance and 450 hp, the power-to-weight ratio was insufficient. The engine’s low revs made the car difficult to drive and less competitive than hoped.

In 1985, the RS200 debuted competitively, with Stig Blomqvist and Kalle Grundel at the Rally of Sweden ’86. Grundel achieved a creditable third place. In retrospect, the best result for an RS200. A tragic accident during the next round in Portugal, killing spectators, marked a turning point for Group B as well as the RS200. The FIA banned the class from ’87 after this incident. The RS200 would start only four times.

An evolution, the RS200 E2, was produced for ’87 with an engine that may have had 550-800 hp and incredible acceleration from 0 to 100 km/h in over 2 seconds. Improved brakes and suspension were introduced. After the Group B ban, most RS200 E2 models were not used. A few finished in European and British Rallycross championships from ’87 to ’92. Not without merit: in 1991, Martin Schanche won the European Rallycross Championship in this car.

As the Group B regulations required, Ford would have to build exactly 200 examples. Sales papers show that 148 were probably built. This includes prototypes and 24 evolution models. It is estimated that around 140 RS200s remain. In 2021, another E2 sold for over half a million dollars!

🇫🇷

Le retrait de Ford après la saison de rallye 79 a conduit au dĂ©veloppement d’une voiture de groupe B, la RS1700T. Des problèmes ont contraint Ford Ă  abandonner le projet en 1983. MalgrĂ© cet Ă©chec, l’Ă©quipe de Stuart Turner dĂ©cide de dĂ©velopper une nouvelle voiture, la RS200. Une pure voiture de rallye. Grâce Ă  son design unique, Ă  son moteur montĂ© en position centrale et Ă  sa transmission intĂ©grale, elle allait devenir le challenger d’Audi et de Peugeot. MalgrĂ© l’Ă©quilibre optimal du poids et les 450 ch, le rapport poids/puissance Ă©tait insuffisant. Les bas rĂ©gimes du moteur ont rendu la voiture difficile Ă  conduire et moins compĂ©titive que prĂ©vu.

En 1985, la RS200 a fait ses dĂ©buts en compĂ©tition, avec Stig Blomqvist et Kalle Grundel au Rallye de Suède ’86. Grundel obtient une honorable troisième place. RĂ©trospectivement, il s’agit du meilleur rĂ©sultat pour une RS200. Un tragique accident survenu lors de la manche suivante au Portugal, qui a coĂ»tĂ© la vie Ă  des spectateurs, a marquĂ© un tournant pour le Groupe B ainsi que pour la RS200. La FIA interdit la classe Ă  partir de 1987 Ă  la suite de cet incident. La RS200 ne prendra le dĂ©part que quatre fois.

Une Ă©volution, la RS200 E2, a Ă©tĂ© produite en 1987 avec un moteur qui aurait pu atteindre 550 Ă  800 ch et une accĂ©lĂ©ration incroyable de 0 Ă  100 km/h en plus de 2 secondes. Les freins et la suspension ont Ă©tĂ© amĂ©liorĂ©s. Après l’interdiction du Groupe B, la plupart des modèles RS200 E2 n’ont pas Ă©tĂ© utilisĂ©s. Quelques-uns ont terminĂ© dans les championnats europĂ©ens et britanniques de rallycross de 87 Ă  92. Ce n’est pas sans mĂ©rite : en 1991, Martin Schanche a remportĂ© le championnat europĂ©en de rallycross avec cette voiture.

Comme l’exigeait le règlement du Groupe B, Ford devait construire exactement 200 exemplaires. Les documents de vente montrent que 148 ont probablement Ă©tĂ© construits. Ce chiffre comprend les prototypes et 24 modèles d’Ă©volution. On estime qu’il reste environ 140 RS200. En 2021, une autre E2 a Ă©tĂ© vendue pour plus d’un demi-million de dollars !