Skip to main content

Stem & Win: InterClassics Maastricht bestaat 30 jaar. Stem nu op uw favoriete auto’s!

Ford GT 40

1965

🇳🇱

Wanneer Henry Ford II in de jaren 60 de leiding krijgt over de Ford Motor Company besluit hij om een nieuwe richting in te slaan. En wel in de richting van de motorsport! Volgens hem was er maar één makkelijke oplossing: kopen van het noodlijdende Ferrari. Toen Ford het plan samenstelde, leek het perfect. Ford zou een flitsend, worstelend bedrijf overnemen dat die nieuwe generatie zou aantrekken die iets snels en spannends wilde. Ford II startte de onderhandelingen met Enzo Ferrari in 1963. Om zeker van z’n zaak te zijn had Ford al diverse financiële controles laten uitvoeren. Echter had niemand rekening gehouden met het onstuimige karakter van “Il Commendatore”. Hij blies op het laatste moment de verkoop af wegens een clausule die hem verbood deel te nemen aan de Indy 500. In werkelijkheid gebruikte Enzo Ferrari de Amerikaanse gigant om de vraagprijs op te drijven. Later zou hij zijn bedrijf aan Fiat verkopen.

 

Even temperamentvol zweert Henry Ford II, diep beledigd, dat hij zelf een auto zal bouwen om het op te nemen tegen Ferrari. De inspanningen begonnen in het begin van de jaren 60 toen Ford Advanced Vehicles de GT40 Mk I, gebaseerd op de Lola Mk6, begon te bouwen op hun productielocatie in Slough, VK. Na teleurstellende raceresultaten werd het engineeringteam in 1964 overgeplaatst naar Dearborn, Michigan, VS om auto’s te ontwerpen en te bouwen door Kar Kraft. Alle chassisversies werden aangedreven door een reeks in Amerika gebouwde Ford V8-motoren die waren aangepast voor races. In 1966 brak Ford met de GT40 Mk II de zegereeks van Ferrari op Le Mans en werd daarmee de eerste Amerikaanse fabrikant die een grote Europese race won sinds Jimmy Murphy’s triomf met Duesenberg tijdens de Grand Prix van Frankrijk in 1921. In 1967 werd de Mk IV de enige auto die volledig ontworpen en gebouwd was (zowel chassis als motor) in de Verenigde Staten om de eindzege te behalen op Le Mans.

 

De “40” stond voor de minimaal toegestane hoogte van 40 inch (1,02 m), gemeten bij de voorruit. De eerste 12 “prototype” voertuigen hadden serienummers GT-101 tot GT-112. Zodra de “productie” begon, kregen de Mk I, Mk II, Mk III en Mk IV de nummers GT40P/1000 tot en met GT40P/1145 en werden ze dus officieel “GT40’s”. De Mk IV’s kregen de nummers J1-J12.

 

In de paar jaar dat de wagen op Le Mans heeft gereden, is de GT40 uitgegroeid tot een heuse mythe, in die mate zelfs dat het tot op heden Ă©Ă©n van de meest nagebouwde auto’s is (samen met de Lotus Seven). Ford produceerde tussen 1964 en 1968 in totaal 126 GT40’s, waarvan er enkele aan privĂ© racestallen werden verkocht. Vandaag de dag kan een echte GT40 enkele miljoenen euro’s waard zijn, afhankelijk van zijn staat.

🇬🇧🇺🇸

When Henry Ford II took charge of the Ford Motor Company in the 1960s, he decided to go in a new direction. And in the direction of motorsport! According to him, there was only one easy solution: buying the ailing Ferrari. When Ford put the plan together, it seemed perfect. Ford would take over a flashy, struggling company that would attract that new generation that wanted something fast and exciting. Ford II started negotiations with Enzo Ferrari in 1963. To be sure of its business, Ford had already commissioned several financial audits. However, no one had taken into account the impetuous nature of “Il Commendatore”. He blew off the sale at the last minute because of a clause that prohibited him from participating in the Indy 500. In reality, Enzo Ferrari used the American giant to drive up the asking price. He would later sell his company to Fiat.

Equally spirited, deeply offended Henry Ford II vowed to build his own car to take on Ferrari. The effort began in the early 1960s when Ford Advanced Vehicles began building the GT40 Mk I, based on the Lola Mk6, at their production site in Slough, UK. After disappointing racing results, the engineering team was transferred to Dearborn, Michigan, US, in 1964 to design and build cars by Kar Kraft. All chassis versions were powered by a range of American-built Ford V8 engines modified for racing. In 1966, Ford broke Ferrari’s winning streak at Le Mans with the GT40 Mk II, becoming the first American manufacturer to win a major European race since Jimmy Murphy’s triumph with Duesenberg at the 1921 French Grand Prix. In 1967, the Mk IV became the only car completely designed and built (both chassis and engine) in the United States to take overall victory at Le Mans.

The “40” stood for the minimum permissible height of 40 inches (1.02 m), measured at the windscreen. The first 12 “prototype” vehicles had serial numbers GT-101 to GT-112. Once “production” began, the Mk I, Mk II, Mk III and Mk IV were given the numbers GT40P/1000 to GT40P/1145 and thus officially became “GT40s”. The Mk IVs were given the numbers J1-J12.

In the few years since the car raced at Le Mans, the GT40 has become a veritable myth, to the extent that to this day it is one of the most replicated cars (along with the Lotus Seven). Ford produced a total of 126 GT40s between 1964 and 1968, some of which were sold to private racing stables. Today, a genuine GT40 can be worth several million euros, depending on its condition.

🇫🇷

Lorsque Henry Ford II prend la tĂŞte de la Ford Motor Company dans les annĂ©es 1960, il dĂ©cide de prendre une nouvelle direction. Et dans la direction du sport automobile ! Pour lui, il n’y a qu’une solution facile : racheter Ferrari, en difficultĂ©. Lorsque Ford Ă©labore le plan, il semble parfait. Ford reprendrait une entreprise clinquante, en difficultĂ©, qui attirerait la nouvelle gĂ©nĂ©ration en quĂŞte de vitesse et de sensations fortes. Ford II a entamĂ© des nĂ©gociations avec Enzo Ferrari en 1963. Pour ĂŞtre sĂ»r de son affaire, Ford avait dĂ©jĂ  commandĂ© plusieurs audits financiers. Cependant, personne n’avait pris en compte la nature impĂ©tueuse du “Commendatore”. Il fait capoter la vente Ă  la dernière minute Ă  cause d’une clause qui lui interdit de participer Ă  l’Indy 500. En rĂ©alitĂ©, Enzo Ferrari s’est servi du gĂ©ant amĂ©ricain pour faire monter le prix demandĂ©. Il vendra plus tard sa sociĂ©tĂ© Ă  Fiat.

Tout aussi fougueux et profondĂ©ment offensĂ©, Henry Ford II s’est jurĂ© de construire sa propre voiture pour s’attaquer Ă  Ferrari. Les efforts ont commencĂ© au dĂ©but des annĂ©es 1960, lorsque Ford Advanced Vehicles a commencĂ© Ă  construire la GT40 Mk I, basĂ©e sur la Lola Mk6, sur son site de production de Slough, au Royaume-Uni. Après des rĂ©sultats dĂ©cevants en course, l’Ă©quipe d’ingĂ©nieurs a Ă©tĂ© transfĂ©rĂ©e Ă  Dearborn, Michigan, États-Unis, en 1964 pour concevoir et construire des voitures par Kar Kraft. Toutes les versions de châssis Ă©taient Ă©quipĂ©es d’une gamme de moteurs Ford V8 construits aux États-Unis et modifiĂ©s pour la course. En 1966, Ford a brisĂ© la sĂ©rie de victoires de Ferrari au Mans avec la GT40 Mk II, devenant ainsi le premier constructeur amĂ©ricain Ă  remporter une course europĂ©enne majeure depuis le triomphe de Jimmy Murphy avec Duesenberg au Grand Prix de France 1921. En 1967, la Mk IV est devenue la seule voiture entièrement conçue et construite (châssis et moteur) aux États-Unis Ă  remporter la victoire au Mans.

Le “40” correspondait Ă  la hauteur minimale autorisĂ©e de 40 pouces (1,02 m), mesurĂ©e au niveau du pare-brise. Les 12 premiers vĂ©hicules “prototypes” portaient les numĂ©ros de sĂ©rie GT-101 Ă  GT-112. Une fois la “production” lancĂ©e, les Mk I, Mk II, Mk III et Mk IV ont reçu les numĂ©ros GT40P/1000 Ă  GT40P/1145 et sont donc devenus officiellement des “GT40”. Les Mk IV ont reçu les numĂ©ros J1-J12.

Pendant les quelques annĂ©es oĂą la voiture a couru au Mans, la GT40 est devenue un vĂ©ritable mythe, Ă  tel point qu’elle est aujourd’hui l’une des voitures les plus reproduites (avec la Lotus Seven). Ford a produit un total de 126 GT40 entre 1964 et 1968, dont certaines ont Ă©tĂ© vendues Ă  des Ă©curies de course privĂ©es. Aujourd’hui, une GT40 authentique peut valoir plusieurs millions d’euros, selon son Ă©tat.