Ferrari 250 GT Boano

1956

🇳🇱

Het succes van de 250 Europa GT overtuigde Ferrari ervan dat er een markt was voor een iets betaalbaarder ‘productie’ model, zowel in Coupe als Cabriolet vorm. Voor de opvolger van de Europa toonden Pinin Farina en Boano mogelijke ontwerprichtingen op de Autosalon van Genève van 1956 in respectievelijk CoupĂ©- en Cabrioletuitvoering.

Uitgevoerd in staal of aluminium, werd de ‘Boano Coupe’ gemonteerd op de bekende 250 GT onderstellen. Het chassis was opgebouwd rond twee grote, buisvormige zijbalken en was voorzien van dubbele draagarmen aan de voorzijde en een aangedreven achteras. De auto werd aangedreven door een licht getunede versie van de ‘short block’ V12 motor, die ongeveer 240 pk leverde.

Hoewel de Boano Coupe begin 1956 voor het eerst in Genève werd getoond, was de productie ervan al in de laatste maanden van 1955 begonnen. De eerste auto’s, in feite prototypes, werden nog gebouwd in de fabriek van Pinin Farina voordat Boano ze overnam. Eind 1957 verliet Mario Felice Boano het bedrijf, dat hij nog maar net had opgericht, om bij de ontwerpafdeling van Fiat te gaan werken.

🇬🇧🇺🇸

The success of the 250 Europa GT convinced Ferrari that there was a market for a slightly more affordable ‘production’ model both in Coupe and Cabriolet form. For the Europa’s successor, Pinin Farina and Boano showed possible design directions at the 1956 Geneva Motor Show in Coupe and Cabriolet version respectively.
Executed in either steel or aluminium, the ‘Boano Coupe’ was mounted on the familiar 250 GT underpinnings. The chassis was constructed around two large, tubular side members and featured double wishbones at the front and a live rear axle. The car was powered by a mildly tuned version of the ‘short block’ V12 engine, which produced around 240 bhp.

Although first shown at Geneva early in 1956, production of the Boano Coupe had already commenced in the last months of 1955. The first cars, effectively prototypes, were still constructed at Pinin Farina’s factory before Boano took over. At the end of 1957, Mario Felice Boano left the company, he had only recently founded, to join Fiat’s design department.

🇫🇷

Le succès de la 250 Europa GT a convaincu Ferrari qu’il existait un marchĂ© pour un modèle de “production” lĂ©gèrement plus abordable, Ă  la fois en version CoupĂ© et Cabriolet. Pour le successeur de l’Europa, Pinin Farina et Boano ont montrĂ© les directions possibles du design au salon de l’automobile de Genève en 1956, respectivement en version CoupĂ© et Cabriolet.

RĂ©alisĂ© en acier ou en aluminium, le “Boano CoupĂ©” Ă©tait montĂ© sur la base familière de la 250 GT. Le châssis Ă©tait construit autour de deux grands longerons tubulaires et comportait des doubles triangles Ă  l’avant et un essieu arrière direct. La voiture Ă©tait propulsĂ©e par une version lĂ©gèrement modifiĂ©e du moteur V12 “Ă  bloc court”, qui produisait environ 240 ch.

Bien que prĂ©sentĂ© pour la première fois Ă  Genève au dĂ©but de 1956, la production du Boano CoupĂ© avait dĂ©jĂ  commencĂ© dans les derniers mois de 1955. Les premières voitures, en fait des prototypes, Ă©taient encore construites dans l’usine de Pinin Farina avant que Boano ne prenne le relais. Ă€ la fin de l’annĂ©e 1957, Mario Felice Boano quitte l’entreprise qu’il vient de fonder pour rejoindre le dĂ©partement de design de Fiat.