CLASSIC CAR SHOW BRUSSELS

Ecurie Francorchamps

1952 - 1978

ūüá≥ūüáĪ

Jacques Swaters richtte Ecurie Francorchamps op om Fiat 1100’s te tunen. Hij bouwde het uit tot een van de beste raceteams van zijn tijd.

Garage Francorchamps is een duidelijk verkeerde benaming voor het gebouw dat de bezoekers van Jacques Swaters’ Ferrari-imperium begroet. De garage is in feite een imposant modern gebouw waarin Swaters’ Ferrari-showroom en serviceafdeling zijn ondergebracht. De showroom is onberispelijk, met auto’s van klanten die staan te wachten om opgehaald te worden en verschillende Ferrari-motoren op stands die de eigenaars kunnen bestuderen voordat ze wegrijden.

Na de oorlog studeerde Swaters rechten, maar zijn belangstelling voor auto’s en racen deed hem afzien van een carri√®re aan de balie. Hij vond een kleine priv√©-garage in Brussel en begon Fiat 1100 te tunen. In 1948 kochten Jacques en zijn beste vriend, Charles de Tomaco, een vooroorlogse MG PB en prepareerden die voor de 24-uursrace in Spa-Francorchamps. Swaters eindigde met Paul Frere als vierde in zijn klasse, maar zijn blijvende indruk van de race was de aanblik en het geluid van de Ferrari 166 Barchetta van Luigi Chinetti. “Ik werd er verliefd op en dat werd mijn droom om ooit in een Ferrari te rijden.”

Hij begon Ecurie Belgique en prepareerde auto’s als BMW 328’s, een Veritas en de MG voor zijn vrienden de Tomaco, Andre Pilate en Roger Laurent. In 1950 kochten ze een Grand Prix Lago Talbot, maar hun naam had de toorn gewekt van de AC de Beige, die hoogdravend verkondigde dat ze zich geen Ecurie Belgique mochten noemen. Swaters nam de naam Ecurie Francorchamps aan. De garage werd Garage Francorchamps.”

Het jaar daarop bereikte Jacques zijn ambitie en kocht hij een Ferrari, of liever gezegd, twee Ferrari’s. In 1949 had Gianni Agnelli een 166 gekocht. Swaters kocht hem in 1951 en verkocht hem in de loop der jaren verschillende keren, voordat hij besloot hem voor zichzelf te houden’.

Hij bestelde ook een Ferrari 500 (chassisnummer 0208), voor de Ecurie om de volgende twee jaar mee te racen in de Formule Twee. Hij moest op tijd worden gebouwd voor de GP des Frontières in Chimay in juni 1952, en dus kwam Jacques de maandag voor de race met een aanhanger aan in Modena om hem op te halen. De Ferrari was nog niet klaar. Op vrijdag was hij eindelijk klaar en na een snelle testrit op het Modena Autodrome besloot Jacques dat de enige manier om hem op tijd in Chimay te krijgen voor de race was om erheen te rijden. Het zou mooi zijn om te melden dat alle inspanningen van Jacques goed beloond werden, maar Laurent crashte in de openingsronde.

Hoewel de F2 Ferrari werd bestuurd door Laurent en de Tomaco, kende hij geen echt succes, maar in juli 1953 scoorde Swaters zelf de enige overwinning van het team met de auto, in de GP van Berlijn op Avus. “Dat was heel belangrijk voor me. Het was niet lang na de oorlog en dus voelde het heel goed om in Duitsland te winnen!” Het was ongeveer op dat moment dat Jacques’ zakelijke associatie met Ferrari begon.

Voor 1955 ging Jacques in zee met Johnnie Claes en werd hij gesponsord door het Belgische Shell. Shell wilde echter een team met een naam die meer representatief was voor Belgi√ę dan Ectirie Francorchamps, dus richtte Jacques Equipe National Beige op. Ze kochten een paar Ferrari 750 Monza’s (0518 & 0552) en reden in Dakar, Spa, Bari (waar Laurent 0552 afschreef), Chimay en Durkirod.

Voor de Le Mans van 1956 kocht ENB de XKD 573 en Swaters en Freddy Rousselle eindigden als vierde. Andre Pilette werd tweede in Montlhery. De Jaguar werd vervolgens fabrieksklaar gemaakt voor Le Mans 1957, waar hij opnieuw vierde werd, ditmaal met Rousselle en Paul Frere werd vierde in Spa (Rousselle), vijfde in Saint Etienne (Lucien Bianchi) en zesde in de Zweedse GP (Claude Dubois). Swaters verkocht de D-type vervolgens aan Baron Janssen de Limpens uit Brussel, die hem als wegauto gebruikte.

In april 1957 scoorde Olivier een schitterende overwinning in de Ronde van Sicili√ę en werd vervolgens derde in de laatste Mille Miglia. Met dezelfde auto won hij samen met Paul Frew de 12 uur van Reims en sloot het seizoen af met een overwinning in de Tour de France, met Lucien Bianchi. Ondertussen hadden Bianchi en Harris de 2-liter klasse in Le Mans gewonnen in de ENB 500TRC.

Voor ’58 viel de naam Equipe National Beige weg. De Belgische Shell bracht een nieuwe algemeen directeur en zette een man in het bestuur met wie Swaters niet overweg kon, hij ontbond ENB en ging weer racen als Ecurie Francolchamps.

In 1961 was Gendebien terug bij Ferrari voor wat zijn laatste GP-rit op Spa was, toen hij de vierde man van het team was voor de Belgische GP. Hij kreeg een 156 ‘shark-nose’, maar in tegenstelling tot zijn teamgenoten, die de nieuwste 120¬į V6 motoren hadden, moest hij het doen met de minder krachtige 65¬į V6. Zijn auto werd voor de race geel gespoten en ingeschreven door Ecurie Francorchamps. Hij leidde in de eerste ronden, maar werd overweldigd door zijn teamgenoten en eindigde als vierde.

Het weekend ervoor hadden Pierre Noblet en Andre. Guichet bezorgden de Ecurie nog een derde plaats in Le Mans met een 250GT, en in ’62 werden Leon Demier en ‘Beurlys’ opnieuw derde, ditmaal in een 250GT0. Het jaar daarop werden ‘Beurlys’ en Langlois opmerkelijk tweede in een GTO en Demier en Pierre Dumay vierde. In 1964 werden ‘Beurlys’ en Bianchi vijfde in een GTO en in ’65 werden Dumay en Gustav Gosselin opnieuw tweede, ditmaal in een 275LM, met Mairesse en ‘Beurlys’ derde in een 275 GTB. “Dat was onze beste race in Le Mans,” zegt Swaters.

Ecurie Francorchamps’ laatste Le Mans was in 1982, met een Ferrari BBLM. “Ik heb 30 jaar lang gemiddeld twee auto’s per jaar ingeschreven,” zegt Swaters, “en tussen 1954, toen we vierde werden, en 1965, toen we tweede werden, eindigden we nooit lager dan zesde. We wonnen de GT-klasse minstens drie keer.

“Voor ons raceprogramma gaf Ferrari me niets en veel. In de jaren ’50 bewandelde hij altijd een financieel koord en had ik nooit hulp – ik betaalde alles. Later gaf hij veel hulp. In 1967 had ik een P3/4, waarmee ik racete op Daytona, Monza en Spa, waar Mairesse een groot ongeluk kreeg. Ik stuurde hem terug naar de fabriek, maar het was onmogelijk om hem op tijd te repareren voor Le Mans. Ik zag de oude man en vertelde hem mijn probleem. Hij leende me een fabrieks-P4 en Mairesse en ‘Beurlys’ eindigden als derde, achter Gurney en Foyt in de 7-liter Ford en de fabrieks-P4 van Parkes en Scarfiotti.”

In 1992 vierde Jacques Swaters de 40e verjaardag van de samenwerking tussen Garage Francorchamps en Ferrari met een geweldig feest in Brussel en op de vuilnisbelt van Spa.

ūüáęūüá∑

Jacques Swaters a fond√© l’Ecurie Francorchamps pour r√©gler les Fiat 1100. Il en a fait l’une des meilleures √©quipes de course de son temps.

Le Garage Francorchamps est une erreur d’appellation √©vidente pour le b√Ętiment qui accueille les visiteurs de l’empire Ferrari de Jacques Swaters. Le garage est en fait un imposant b√Ętiment moderne qui abrite le showroom Ferrari et le service apr√®s-vente de Swaters. La salle d’exposition est impeccable, avec des voitures de clients attendant d’√™tre prises en charge et plusieurs motos Ferrari sur des stands que les propri√©taires peuvent √©tudier avant de partir.

Apr√®s la guerre, Swaters a √©tudi√© le droit, mais son int√©r√™t pour les voitures et les courses l’a pouss√© √† abandonner une carri√®re au barreau. Il a trouv√© un petit garage priv√© √† Bruxelles et a commenc√© √† r√©gler des Fiat 1100. En 1948, Jacques et son meilleur ami, Charles de Tomaco, ach√®tent une MG PB d’avant-guerre et la pr√©parent pour la course de 24 heures √† Spa-Francorchamps. Swaters termine quatri√®me de sa cat√©gorie avec Paul Frere, mais son souvenir le plus marquant de la course est la vue et le son de la Ferrari 166 Barchetta de Luigi Chinetti. “Je suis tomb√© amoureux de cette voiture et c’est devenu mon r√™ve de conduire un jour une Ferrari”, a-t-il d√©clar√©.

Il cr√©e l’Ecurie Belgique et pr√©pare des voitures telles que des BMW 328, une Veritas et la MG pour ses amis de Tomaco, Andr√© Pilate et Roger Laurent. En 1950, ils ont achet√© une Talbot Grand Prix Lago, mais leur nom avait encouru la col√®re de l’AC de Beige, qui proclamait pompeusement qu’ils ne pouvaient pas s’appeler Ecurie Belgique. Swaters a adopt√© le nom Ecurie Francorchamps. Le garage devient Garage Francorchamps”.

L’ann√©e suivante, Jacques r√©alise son ambition et ach√®te une Ferrari, ou plut√īt deux Ferrari. En 1949, Gianni Agnelli avait achet√© une 166. Swaters l’ach√®te en 1951 et la revend plusieurs fois au fil des ans avant de d√©cider de la garder pour lui”.

Il a √©galement command√© une Ferrari 500 (num√©ro de ch√Ęssis 0208), pour que l’Ecurie puisse courir en Formule 2 pendant les deux ann√©es suivantes. Elle doit √™tre construite √† temps pour le GP des Fronti√®res √† Chimay en juin 1952, et Jacques arrive donc √† Mod√®ne le lundi pr√©c√©dant la course avec une remorque pour la r√©cup√©rer. La Ferrari n’est pas encore pr√™te. Elle est finalement pr√™te le vendredi, et apr√®s un rapide essai sur l’autodrome de Mod√®ne, Jacques d√©cide que la seule fa√ßon de l’amener √† Chimay √† temps pour la course est de l’y conduire. Il serait agr√©able d’annoncer que tous les efforts de Jacques ont √©t√© bien r√©compens√©s, mais Laurent a chut√© au premier tour.

Bien que pilot√©e par Laurent et le Tomaco, la Ferrari F2 n’a pas connu de r√©el succ√®s, mais en juillet 1953, Swaters lui-m√™me a remport√© la seule victoire de l’√©quipe avec la voiture, lors du GP de Berlin √† Avus. “C’√©tait tr√®s important pour moi. C’√©tait peu de temps apr√®s la guerre et cela m’a fait du bien de gagner en Allemagne !” C’est √† peu pr√®s √† cette √©poque que commence l’association commerciale de Jacques avec Ferrari.

Avant 1955, Jacques √©tait associ√© √† Johnnie Claes et √©tait sponsoris√© par la soci√©t√© belge Shell. Shell, cependant, voulait une √©quipe avec un nom plus repr√©sentatif de la Belgique que l’Ectirie Francorchamps, alors Jacques a fond√© l’Equipe Nationale Beige. Ils ont achet√© une paire de Ferrari 750 Monza (0518 & 0552) et ont couru √† Dakar, Spa, Bari (o√Ļ Laurent a √©crit 0552), Chimay et Durkirod.

Pour le Mans 1956, ENB a achet√© la XKD 573 et Swaters et Freddy Rousselle ont termin√© quatri√®me. Andr√© Pilette a termin√© deuxi√®me √† Montlh√©ry. La Jaguar a ensuite √©t√© pr√©par√©e en usine pour Le Mans 1957, o√Ļ elle a de nouveau termin√© quatri√®me, cette fois avec Rousselle et Paul Frere ; elle a termin√© quatri√®me √† Spa (Rousselle), cinqui√®me √† Saint Etienne (Lucien Bianchi) et sixi√®me au GP de Su√®de (Claude Dubois). Swaters a ensuite vendu le Type D au Baron Janssen de Limpens de Bruxelles, qui l’a utilis√© comme voiture de route.

En avril 1957, Olivier remporte une brillante victoire dans le Tour de Sicile, puis termine troisi√®me dans le dernier Mille Miglia. Avec la m√™me voiture, il remporte avec Paul Frew les 12 Heures de Reims et termine la saison par une victoire au Tour de France, avec Lucien Bianchi. Entre-temps, Bianchi et Harris avaient remport√© la cat√©gorie 2 litres au Mans dans l’ENB 500TRC.
Pour 58, le nom de l’Equipe Nationale Beige dispara√ģt. La Shell belge a engag√© un nouveau directeur g√©n√©ral et plac√© un homme au conseil d’administration avec lequel Swaters ne s’entendait pas ; il a dissous l’ENB et est retourn√© √† la course sous le nom d’Ecurie Francolchamps.

En 1961, Gendebien est de retour chez Ferrari pour ce qui sera sa derni√®re course de GP √† Spa, lorsqu’il est le quatri√®me homme de l’√©quipe pour le GP de Belgique. Il re√ßoit une 156 “shark-nose”, mais contrairement √† ses co√©quipiers, qui disposent des derniers moteurs V6 120¬į, il doit se contenter du V6 65¬į, moins puissant. Sa voiture a √©t√© peinte en jaune pour la course et enregistr√©e par l’Ecurie Francorchamps. Il m√®ne dans les premiers tours, mais est d√©pass√© par ses co√©quipiers et termine quatri√®me.

Le week-end pr√©c√©dent, Pierre Noblet et Andr√©. Guichet ont donn√© √† l’Ecurie une autre troisi√®me place au Mans avec une 250GT, et en 1962, Leon Demier et “Beurlys” √©taient √† nouveau troisi√®me, cette fois sur une 250GT0. L’ann√©e suivante, “Beurlys” et Langlois sont remarquablement deuxi√®mes sur une GTO et Demier et Pierre Dumay quatri√®mes. En 1964, “Beurlys” et Bianchi terminent cinqui√®mes sur une GTO et en 65, Dumay et Gustav Gosselin sont √† nouveau deuxi√®mes, cette fois sur une 275LM, tandis que Mairesse et “Beurlys” sont troisi√®mes sur une 275 GTB. “C’√©tait notre meilleure course au Mans”, dit Swaters.

Le dernier Le Mans de l’Ecurie Francorchamps remonte √† 1982, avec une Ferrari BBLM. “J’ai utilis√© en moyenne deux voitures par an pendant 30 ans”, d√©clare Swaters, “et entre 1954, o√Ļ nous avons termin√© quatri√®me, et 1965, o√Ļ nous avons termin√© deuxi√®me, nous n’avons jamais termin√© plus bas que sixi√®me. Nous avons gagn√© la classe GT au moins trois fois.

“Pour notre programme de course, Ferrari ne m’a rien donn√© et m’a donn√© beaucoup. Dans les ann√©es 50, il √©tait toujours sur la corde raide et je n’ai jamais eu d’aide – je payais tout. Plus tard, il m’a beaucoup aid√©. En 1967, j’avais une P3/4, que j’ai pilot√©e √† Daytona, Monza et Spa, o√Ļ Mairesse a eu un gros accident. Je l’ai renvoy√©e √† l’usine, mais il √©tait impossible de la r√©parer √† temps pour Le Mans. J’ai vu le vieux et je lui ai racont√© mon probl√®me. Il m’a pr√™t√© une P4 d’usine et Mairesse et ‘Beurlys’ ont termin√© troisi√®me, derri√®re Gurney et Foyt dans la Ford 7 litres et la P4 d’usine de Parkes et Scarfiotti.”

En 1992, Jacques Swaters a célébré le 40e anniversaire de la collaboration entre le Garage Francorchamps et Ferrari par une grande fête à Bruxelles et sur la piste de Spa.